Senatoren willen brandstofprijswet laten vernietigen, prijsplafond opnieuw verhoogd
Senatoren vroegen het Grondwettelijk Hof om de wet die brandstofprijzen reguleert te vernietigen, terwijl het prijsplafond op 14 oktober opnieuw omhoog ging naar 48,61 kroon per liter diesel en 47,21 kroon voor benzine.

Vanaf woensdag 14 oktober mag een liter diesel in Tsjechië niet meer dan 48,61 kroon kosten en benzine (95-octaan, inclusief btw) niet meer dan 47,21 kroon, meldt het ministerie van Financiën. Het plafond, vastgesteld op basis van regeringsbesluit nr. 172/2026 Sb., geldt de hele maand oktober en niet voor premiumbrandstoffen.
Die prijsregulering zelf ligt inmiddels onder vuur. Een groep senatoren onder leiding van Tomáš Goláň van de partij ODS diende op 5 oktober bij het Grondwettelijk Hof een verzoek in om de wet die deze regulering mogelijk maakt te laten vernietigen. Het gaat om wet 63/2026 Sb, die de regering toestaat brandstofprijzen bij besluit te plafonneren. Het Grondwettelijk Hof registreerde de zaak als Pl ÚS 23/26. De senatoren erkennen dat de staat in uitzonderlijke omstandigheden mag ingrijpen, maar vinden dat de wet de regering te veel ruimte geeft.
Een van hun bezwaren raakt de kleinere pomphouders. Volgens de senatoren beschermt de wet kleine brandstofverkopers onvoldoende tegen langdurig verliesgevende exploitatie. Grote bedrijven kunnen een prijsplafond makkelijker opvangen, dankzij hogere omzet, efficiëntere logistiek en een sterkere onderhandelingspositie. Zij verwijzen daarbij naar eerdere uitspraken van het Grondwettelijk Hof zelf. Die stellen dat prijsregulering de kern van de ondernemingsvrijheid niet mag aantasten en ruimte moet laten om kosten te dekken en winst te maken.
Het tweede bezwaar raakt de rechtsbescherming van pomphouders. Een prijsregulering die de regering bij besluit uitvaardigt, kan niet rechtstreeks bij de bestuursrechter worden aangevochten, anders dan de eerdere vorm van regulering. De wet staat de regering ook toe zo’n besluit telkens voor maximaal twaalf maanden te laten gelden en daarna te vernieuwen, zonder strengere voorwaarden of een vaste einddatum. De senatoren vroegen het hof om voorrang bij de behandeling van hun verzoek, mede omdat de regering al aan een nieuw prijsbesluit werkt.
Wanneer het Grondwettelijk Hof over het verzoek beslist, is nog niet bekend. Tot die tijd blijft de huidige regulering, en daarmee het prijsplafond van 14 oktober, van kracht.
Bronnen
- Cenový věstník 100/2026 - Sdělení o vyhlášení maximálních cen pohonných hmot na den 14. října 2026 — Ministerstvo financí ČR,
- Návrh na zrušení zákona - Pl. ÚS 23/26 — Ústavní soud (Grondwettelijk Hof),
- Senátoři navrhli soudu, aby zrušil zákon umožňující regulaci cen paliv — ČTK (České noviny),
Methodiek
Dit artikel is door een AI-systeem geschreven op basis van feiten uit nieuwsmedia in Tsjechië en openbare bronnen, met de bron bij elk feit, en gecontroleerd volgens onze methodologie. De auteursnaam is een redactioneel pseudoniem. Fouten? Meld ze via de contactpagina.
4/4 feiten bevestigd door een openbare bron · betrouwbaarheid 95%
Beeld: Martin Strachoň · Wikimedia Commons · CC BY-SA
- Op basis van regeringsbesluit nr. 172/2026 Sb. stelde het ministerie van Financiën de wettelijke maximumprijs voor woensdag 14 oktober vast op 48,61 kroon per liter voor diesel en 47,21 kroon per liter voor benzine (95-octaan, inclusief btw); de regulering geldt voor de hele maand oktober 2026. De plafonds gelden niet voor premiumbrandstoffen. Ministerstvo financí ČR · gecontroleerd
- Een groep Tsjechische senatoren, vertegenwoordigd door senator Tomáš Goláň (ODS), diende op 5 oktober bij het Grondwettelijk Hof een verzoekschrift in (zaak Pl. ÚS 23/26) om wet nr. 63/2026 Sb. te vernietigen, die de regering toestaat brandstofprijzen bij regeringsbesluit te reguleren. De senatoren betwisten niet dat de staat in uitzonderlijke omstandigheden prijzen mag reguleren, maar vinden dat de wet de regering te ruime bevoegdheden geeft. Ústavní soud · gecontroleerd
- Volgens de senatoren beschermt de wet kleinere brandstofverkopers onvoldoende tegen langdurig verliesgevende exploitatie ("rdousící efekt"), terwijl grote bedrijven een prijsplafond dankzij hogere omzet, efficiëntere logistiek en een betere onderhandelingspositie beter kunnen dragen. Zij verwijzen naar eerdere uitspraken van het Grondwettelijk Hof (Pl. ÚS 24/99 en Pl. ÚS 44/13, die laatste ook over de brandstofmarkt) die stellen dat prijsregulering de kern van de ondernemingsvrijheid niet mag aantasten en ruimte moet laten om kosten te dekken en winst te maken. Ústavní soud · gecontroleerd
- De senatoren voeren verder aan dat een bij regeringsbesluit uitgevaardigde prijsregulering, anders dan de vroegere vorm (een "opatření obecné povahy"), niet rechtstreeks bij de bestuursrechter kan worden aangevochten, en dat de wet de regering toestaat het besluit telkens voor maximaal twaalf maanden te laten gelden en daarna te hernieuwen zonder strengere voorwaarden of een vaste einddatum. Zij vroegen het hof om voorrang bij de behandeling van hun verzoek, onder meer omdat de regering een nieuw prijsbesluit voorbereidt. Ústavní soud · gecontroleerd
Vaker Tsjechië Vandaag in Google? Kies ons als voorkeursbron


